Nieuwsitem

Grensoverschrijdend gedrag: impliciete bedreigingen, pestgedrag, intimidatie, discriminatie en stalking.

Wat is er gebeurd?

In februari en maart 2023 heeft werkgever een aantal meldingen ontvangen van medewerkers over grensoverschrijdend gedrag door verschillende personen binnen de organisatie van werkgever. Daarbij is ook de naam van werknemer genoemd. De meldingen gingen over (impliciete) bedreigingen, pestgedrag, intimidatie, discriminatie en stalking. Op 22 maart 2023 is werknemer naar aanleiding van de (aard van de) meldingen op non-actief gesteld.

Op 29 maart 2023 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen werkgever en werknemer. Een transcript van het gesprek is op 11 april 2023 per brief aan werknemer verzonden. Werkgever heeft in die brief ook laten weten een mediationtraject te willen starten. Op 24 april 2023 en 3 mei 2023 hebben mediationgesprekken plaatsgevonden.

Op verzoek van werkgever heeft een collega van werknemer inzage gegeven in de tussen haar en werknemer gewisselde WhatsAppberichten in de periode 21 maart 2022 tot en met 23 maart 2022. Naar aanleiding van de inhoud van deze berichten heeft op 30 juni 2023 met werknemer een gesprek plaatsgevonden waarin hij is geconfronteerd met de berichten. Werkgever heeft vervolgens aangegeven het dienstverband te willen beëindigen. Werknemer weigert.

Het gevolg is dat werkgever naar de kantonrechter stapt met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond), subsidiair omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en meer subsidiair omdat sprake is van een combinatie van omstandigheden die in de wet zijn genoemd (i-grond). Werkgever stelt dat werknemer heeft zich meermaals schuldig gemaakt aan handelingen die kwalificeren als grensoverschrijdend gedrag. Hij heeft meerdere collega’s op de werkvloer geïntimideerd, gediscrimineerd en bedreigd. Daarnaast heeft hij een vrouwelijke collega telefonisch en via WhatsApp ongepast bejegend en gestalkt. Collega’s zijn bang voor hem en voelen zich bedreigd, waardoor er sprake is van een onveilige werkomgeving.

Het meest zwaarwegende verwijt dat werknemer treft, is zijn gedrag tegenover de vrouwelijke collega. Als onderbouwing van dat gedrag heeft werkgever onder meer gespreksverslagen en de   WhatsAppberichten overgelegd.

Wat vindt de kantonrechter?

De kantonrechter oordeelt dat uit de combinatie van de appberichten en de gespreksverslagen het beeld ontstaat dat werknemer zich opdringerig, vijandig en intimiderend tegenover de vrouwelijke collega heeft gedragen. Dat dit een onjuist beeld zou zijn, kan niet worden opgemaakt uit de reactie van werknemer. Door hem is niet gemotiveerd weersproken dat de hem verweten gedragingen richting haar hebben plaatsgevonden.

In eerste instantie ontkende hij tegenover werkgever de beschuldigingen. Toen hij vervolgens werd geconfronteerd met de berichten, antwoordde hij dat hij zich de inhoud daarvan niet meer kon herinneren en later zei hij “… zegt die persoon ook dat ze ook met mij is uit eten zijn geweest en lekker drinken geweest en dat soort dingen”.

Een en ander wijst volgens de kantonrechter niet op enige zelfreflectie of enig zelfinzicht. Ook is nergens uit op te maken dat werknemer spijt heeft van hoe hij zich tegenover de collega heeft gedragen, terwijl uit de beschikbare informatie blijkt dat zijn gedrag veel negatieve invloed op haar heeft gehad.

Van werknemer had mogen worden verwacht dat hij zou begrijpen dat zijn gedrag niet acceptabel is. Zelfs op zitting is werknemer er niet in geslaagd oprecht te laten zien dat hij zich de ernst van de situatie realiseert en heeft hij geen begrip getoond voor de gevolgen die de collega zegt te hebben ondervonden van zijn gedrag. Voor zover werknemer heeft aangevoerd dat zijn contact met de collega lang geleden is, kan hem dat niet baten. Dat zij niet meteen in maart 2022 of kort daarna het gedrag van werknemer bij werkgever heeft aangekaart, maakt de ernst van zijn gedrag niet anders. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag zich vaak pas op een (veel) later moment uitspreken.

De slotconclusie is dat de manier waarop werknemer zich tegenover de vrouwelijke collega heeft gedragen, is aan te merken als grensoverschrijdend gedrag dat kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen. Daarbij is niet alleen meegewogen de ernst van de gedragingen, maar ook de houding die hij ten opzichte van de verwijten heeft laten zien. Vanwege de verwijtbare gedragingen kan van Verstegen in redelijkheid niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst met werknemer te laten voortduren. De kantonrechter is van oordeel dat het handelen van werknemer niet kan worden aangemerkt als een relatief kleine misstap.

De arbeidsovereenkomst wordt per direct ontbonden zonder dat werknemer aan werknemer de transitievergoeding wordt toegekend.

De aanspraak van werknemer op een billijke vergoeding omdat werkgever hem niet concreet heeft geïnformeerd over zijn vermeende disfunctioneren en hem ook de kans niet heeft geboden zijn functioneren te verbeteren slaagt niet. De arbeidsovereenkomst wordt namelijk ontbonden vanwege zijn ernstig verwijtbaar handelen en niet vanwege zijn disfunctioneren.

Bron: ECLI:NL:RBROT:2023:10608 Rechtbank Rotterdam, 13-11-2023, 10651668 VZ VERZ 23-7991