Onderzoeken naar aanleiding van anonieme meldingen van grensoverschrijdend gedrag door een directeur-bestuurder
De uitspraak in kort geding van de Rechtbank Rotterdam van 28 mei 2026 en gepubliceerd op 3 september 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:10944) gaat over een directeur-bestuurder van een stichting over wie anonieme meldingen van grensoverschrijdend zijn ontvangen. Op grond van deze meldingen heeft de Raad van Toezicht een inventariserend onderzoek door een extern onderzoeksbureau laten uitvoeren, gevolgd door een dossieronderzoek (door hetzelfde bureau). Inmiddels loopt er ook een persoonsgericht onderzoek naar de directeur dat wordt uitgevoerd door een ander extern bureau.
In kort geding stelt de directeur dat het persoonsgerichte onderzoek moet worden gestopt omdat een rechtsgrond voor het onderzoek ontbreekt. De meldingen zijn anoniem gedaan, terwijl beleid is dat anonieme meldingen niet in behandeling worden genomen. Hij heeft geen inzage gehad in de anonieme meldingen en hij is niet gehoord in het kader van het inventariserende onderzoek en het dossieronderzoek. Ook wil de directeur inzage in de rapportages en onderliggende stukken waaronder de meldingen, en dat de stichting wordt veroordeeld om mee te werken aan mediation conform het advies van de bedrijfsarts, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom.
De stichting is van oordeel dat de vorderingen van de directeur moeten worden afgewezen en stelt een tegenvordering in die er op neerkomt dat de directeur moet worden veroordeeld tot het meewerken aan het persoonsgerichte onderzoek.
De kantonrechter wijst de vorderingen van beide partijen af. af
Wat zijn de feiten?
- De directeur-bestuurder werkte sinds 2016 bij de stichting en zijn tweede benoemingstermijn zou aflopen op 31 augustus 2026.
- De externe vertrouwenspersoon ontving signalen van zes medewerkers over een gebrek aan psychologische veiligheid, een angstcultuur en de rol van de directeur daarin.
- In de gesprekken met de medewerkers is naar voren gekomen dat een deel van de medewerkers een signaal of de melding middels de vertrouwenspersoon in de rol van “doorgeefluik” wil afgeven.
- De externe vertrouwenspersoon heeft zich in oktober 2025 gewend tot de Raad van Toezicht (RvT) om een signaal af te geven.
- Het advies van de vertrouwenspersoon aan de RvT was om een extern en onafhankelijk adviseur te raadplegen om tot een zorgvuldige en afgewogen bespreking van dit signaal te komen en daarnaast ook de directeur-bestuurder te informeren en zo nodig te ondersteunen of begeleiding aan te bieden.
- De RvT heeft de directeur van het signaal op de hoogte gesteld en heeft eerst een inventariserend onderzoek en vervolgens een dossieronderzoek laten uitvoeren door externe bureaus.
Resultaten van de onderzoeken
- In het inventariserende onderzoek kwamen meldingen naar voren van onder meer:
- intimidatie en schreeuwen;
- slecht omgaan met kritiek;
- machtsmisbruik en onvoorspelbaar gedrag;
- micromanagement;
- negatieve gevolgen voor medewerkers, zoals stress- en burn-outklachten;
- ook wordt verwezen naar het vertrek van ongeveer 30 personen in de afgelopen zes jaar, waaronder vaak vrouwen en mensen van kleur.
- De uitkomst van het inventariserende onderzoek was voor de RvT aanleiding om een dossieronderzoek te laten uitvoeren.
- Het dossieronderzoek concludeerde dat er aanwijzingen waren voor een structureel tekort aan psychosociale veiligheid binnen de organisatie.
- Vervolgens heeft de RvT in februari 2026 aan de directeur laten weten dat de resultaten van het dossieronderzoek aanleiding hebben gegeven om een persoonsgericht onderzoek te starten. Kort daarop meldt de directeur zich ziek.
Verzoeken van de directeur
De directeur vorderde onder meer:
- stopzetting van het persoonsgerichte onderzoek;
- inzage in meldingen en onderzoeksstukken;
- verplichte mediation;
- vergoeding van juridische kosten.
Oordeel van de kantonrechter
- De rechter vond dat de Raad van Toezicht niet kon volstaan met niets doen gezien de ernst van de signalen.
- Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor het feit dat dit een hard gelag voor de directeur moet zijn, zeker ook vlak voor het einde van zijn loopbaan, weegt het belang van de stichting en haar medewerkers bij voortzetting van het onderzoek volgens de rechter zwaarder dan het belang van de directeur bij stopzetting ervan.
- De anonieme meldingen hoefden niet aan de directeur te worden verstrekt.
- Het lopende persoonsgerichte onderzoek biedt juist ruimte voor hoor en wederhoor en voor verweer van de directeur tegen concrete meldingen.
- Verplichte mediation werd afgewezen omdat mediation vrijwillig moet plaatsvinden.
Tegenvordering van de stichting
- De stichting wilde dat de directeur verplicht zou meewerken aan het onderzoek.
- Ook dit verzoek werd afgewezen, omdat de directeur op dat moment ziekgemeld was en niet zonder meer tot medewerking kon worden verplicht.